Daniël Belinfante (1893 – 1945)

belinfanteDe herontdekking van de muziek van Daniël Belinfante is van zeer recente datum: in mei 2004 werd de Amsterdamse pianist Marcel Worms gevraagd informatie over Nederlands-joodse componisten te leveren ten behoeve van het Italiaanse CD-projekt ‘Musica Judaica’. Ook Belinfante werd genoemd. Navraag bij het Nederlands Muziek Instituut in den Haag wees uit dat daar een collectie muziek-handschriften van Belinfante werd bewaard die in 1955 door zijn weduwe, Martha Belinfante-Dekker (1900-1989), was geschonken en sindsdien onaangeroerd was gebleven. Op de bijbehorende inventaris-lijst werden 90 composities vermeld in uiteenlopende genres: veel kamermuziek, een aantal concerten, liederen en grotere koorwerken. Inmiddels is een aantal daarvan door Marcel Worms en medemusici op het repertoire genomen.

Belinfante (r) dirigeert zijn schoolorkest, 1936

belinfante_muziekschoolOnbekend als componist
Welke plaats het werk van Belinfante inneemt in het voor-oorlogse muziekleven zal door een aantal eerste uitvoeringen en nadere bestudering duidelijk moeten worden. Vooralsnog lijkt hij geen grote naamsbekendheid te hebben gehad. Praktisch zijn gehele oeuvre is onuitgegeven en uitvoeringen van zijn werk zijn totnogtoe niet in programmaboekjes van voor de oorlog aangetroffen. Er is slechts één ongedateerde notitie teruggevonden die naar een uitvoering verwijst: “De uitvoering door het schoolorkest van het tweede deel van het piano-concertino o.l.v. de komponist in de Kleine Zaal – Concertgebouw te Amsterdam.” Dat piano-concertino werd in 1936 door Muziekuitgeverij Broekmans en van Poppel uitgegeven.

Voormalige Muziekschool Watergraafsmeer
De muziekschool
Daniël Belinfante werd op 6 maart 1893 in Amsterdam geboren als zoon van Aaron Belinfante en Sara Lisser. Vader was diamantslijper, en Daniël had nog 9 broers en zusters waarvan een aantal vroeg overleed. Van zijn vader Aaron kreeg hij de eerste vioollessen die bij zijn oom Sidney Belinfante werden voortgezet, voordat hij piano ging studeren. Hij werd partner in de “Eerste Particuliere Muziekschool en Conservatorium” van Simon van Adelberg, gevestigd in de Johannes Verhulststraat no. 112 in Amsterdam. In 1915 nam hij deze school over en zette deze onder de naam “Muziekschool Watergraafsmeer” (directeur Dan. Belinfante) elders voort, aanvankelijk op de Linnaeusparkweg no. 39 en vanaf de vroege jaren ’30 op het adres Pythagorasstraat no. 27 hoek Hogeweg.

Martha Belinfante-Dekker
Daniël trouwde in 1923 met zijn leerlinge Martha Dekker, de zuster van schrijver Maurits Dekker. In 1928 vestigden zij zich in Blaricum. Beiden bleven de Muziekschool Watergraafsmeer in Amsterdam exploiteren en reisden kennelijk heen en weer. In het Gemeente Archief van Amsterdam bevindt zich een aantal brochures uit de jaren ’30 waarin naast de doelstelling (“Algemeene Opleiding vanaf de eerste Beginselen der Toonkunst tot Volkomen Ontwikkeling, zoowel voor Vakmusici als Dilettanten”) ook de keuzemogelijkheden van de muziekschool worden opgesomd. Daniël zelf gaf piano- en compositielessen, Martha verzorgde “Moderne Kinder-Zang-Declamatie-Spelen”, en een aantal van de overige leraren was gerecruteerd uit het Concertgebouw-orkest. Zij gaven naast klassieke opleidingen ook les in de “Eerste Hollandsche Jazzklasse” die in 1934 was opgericht. Zo vindt men in de brochure uit 1935 de namen van o.a. Hans Krieg (Piano-Jazz), J. van Sloghem (Trompet), S. Gompertz (Slag- en strijkbas, Trombone) en Chr. Smit (Voll. Slagwerk, Saxophone) waaruit het Jazz-instrumentarium en –karakter van deze opleiding blijkt. De jaarlijkse uitvoeringen door zijn leerlingen werden ook regelmatig in de Kleine Zaal van het Concertgebouw gegeven.

14_muziekschoolLerarencorps Muziekschool, ca. 1934
Over zijn privéleven is heel weinig bekend, met name over de periode 1928-1942 toen hij en Martha in Blaricum woonden. Namen zij deel aan het Gooise muziekleven, zijn er concerten of uitvoeringen geweest waarbij zijn muziek werd gespeeld? Zijn persoonlijke bezittingen zijn totnogtoe niet teruggevonden, zij werden waarschijnlijk door de bezetter geroofd. Alleen zijn composities wist hij in 1941 bij vrienden onder te brengen. Jaartallen op zijn muziekhandschriften tonen aan dat hij in de eerste jaren van de oorlog nog veel componeerde. Zijn laatste werk, de ‘Polyrhytmische Etude’ no. 3, dateert van augustus 1943: kennelijk heeft hij ook na 1941 zijn recentere composities nog veilig kunnen stellen.

Oorlog, onderduik en verzet
Daniel Belinfante moest in de loop van 1940 onder druk van de bezetter zijn Muziekschool Watergraafsmeer sluiten. In januari 1940 staat de Muziekschool nog in het Amsterdamse telefoonboek; in december is zij niet meer te vinden. In het archief van Martha Belinfante-Dekker (Gem. Archief Amsterdam) is de volgende notitie terug te vinden:

“17 Feb. 1941 brengen we ons werk naar vrienden, omdat overal gekletst wordt en Joden vervolgingen dreigen. Mijn God, wanneer wordt de mensch Mensch? Wanneer eindigt de waanzin van bloedrode hartstocht en grauwe vernieling?”

Don’t waste time while waiting for your deposit to be approved by your bank, credit union, or other financial institution. Try different forms of payment, like click & buy payments.

Zandhoek 5, Amsterdam
Zandhoek Daniël en Martha verhuisden in december 1942 van Blaricum naar Amsterdam, waar zij enige tijd op een adres in de Camperstraat verbleven. Hadden zij de Muziekschool moeten verlaten, haar aan een ‘Verwalter’ moeten overdragen? In ieder geval dook Daniël kort daarna in Amsterdam onder. Martha begaf zich in de illegaliteit en zat in Rotterdam ondergedoken. Voor haar verzetswerk kreeg zij na de oorlog een onderscheiding. Uit een na-oorlogse verklaring van Martha:

“… zelf ondergedoken (4 J. grootouders!) zorgde hij voor vele onderduikers, voor voedsel, bescheiden en geld. Beweegreden: gevoel voor recht en menselijkheid. Huurde als ‘Meneer Hafkamp’ een onbewoonbaar verklaarde woning, Zandhoek 5, en vroeg op naam van ‘Meneer Mulder’ gas, electriciteit en water aan. Zorgde voor deze mensen op velerlei manieren en hielp verder waar geholpen moest worden. Werd gepakt (op 19 augustus 1943 WdV) toen hij dagelijkse Engelse radioberichten aan tussenadres kwam brengen, vóór de deur van dat huis, zónder ster op, en dús naar ’t S (= Straf-) kamp gestuurd.”

Deportatie
Via de Hollandse Schouwburg, het Straflager van kamp Westerbork en Auschwitz kwam Daniël in Fürstengrube terecht:

“Werd eerst in ’t orkest, later in de mijnen te werk gesteld. Kreeg, hoewel van ijzersterke constitutie, door ondervoeding en slechte behandeling beenziekte. Werd in ’t hospitaal gestopt – dit werd bij nadering der Russen in brand gestoken door bataljon Wehrmacht, dat hiervoor speciaal kwam. Geen joods mens mocht eruit. Ooggetuigen brachten dit bericht.”
Pas eind juli 1945 kreeg Martha Belinfante-Dekker via het Rode Kruis het bericht dat Daniël op 27 januari 1945 was gestorven. Zij schrijft dan:

“Ik hoor het einde Juli 1945, alles is leeg – huisraad weg…. Ik zit in een leeg huis, alles is stil. O God, waarom is dit vreselijke lot mijn deel”.
Twee weken daarvoor, op 12 juli 1945, had zij al het eerste concert na de oorlog in de heropende Muziekschool georganiseerd, waar werken van onder andere Ravel en Debussy werden gespeeld, maar niet van Daniël Belinfante zelf. De school had zij wel inmiddels omgedoopt in ‘Muziekschool Dan. Belinfante’, als eerbetoon voor zijn verzetswerk, en misschien had zij nog goede hoop dat hij het kamp had overleefd en wilde of kon zij hem bij het concert nog niet herdenken. In het archief van Martha zijn geen aanwijzingen gevonden dat na de oorlog nog enig werk van Daniël Belinfante is uitgevoerd. Tien jaar na de bevrijding stond zij zijn muziekhandschriften af aan het toenmalige Haags Gemeentemuseum, afdeling Nederlandse Muziekarchieven.

Programma bevrijdingsconcert 1945
afb. 16 Uitnodiging
Een recente vondst
Begin januari 2005 kwam een melding binnen van Mevr. Wil Huizinga uit Heerenveen dat zij een aantal piano-composities van Daniël Belinfante in haar bezit had, die haar waren nagelaten door Jos Belinfante, een nicht van Danièl. Jos was vóór de oorlog piano-leerlinge van Daniël geweest en had na de oorlog zelf eerst aan de Muziekschool les gegeven, en daarna nog tot in de jaren ’60 aan het Muziek Lyceum in Amsterdam. Zij en Daniël zouden een sterke band hebben gehad, hetgeen bleek uit de nagelaten piano-stukken: bijna allemaal waren ze aan haar opgedragen, dan wel gedateerd op de dag van haar verjaardag, 21 oktober. De meestal korte piano-werken dragen titels ‘Arabesken’ en ‘Polyrhytmische Studies’, en zijn kennelijk apart van Daniël’s overige composities bij Jos in bewaring gegeven.

Wil Huizinga heeft van haar 8e tot haar 12e zelf pianoles gehad van Daniël, tot in de eerste jaren van de oorlog, en zogenaamde ZD-lessen van Martha Belinfante (zie Naschrift hieronder). Zij beschrijft Daniël als een vriendelijke man, die op een rustige manier les gaf. Zij wist ook te vertellen dat Daniël weigerde de Davidsster te dragen en aanvankelijk ook niet wilde onderduiken, tot het niet langer kon.
naar boven

Zijn muziek

Er is nog zo weinig van Belinfante’s composities bestudeerd en uitgevoerd dat het onmogelijk is een duidelijke karakteristiek van zijn tamelijk omvangrijke oeuvre te geven. Uit zijn pianowerken blijkt dat hij onder invloed stond van de Franse muziek uit het Interbellum (zoals zovele Nederlandse componisten). Naast Ravel en Debussy waren dat ook de leden van de Groupe des Six, zoals Darius Milhaud en Francis Poulenc. Een duidelijke, vaak nadrukkelijke of zelfs weerbarstige ritmiek, en het gebruik van twee of meer toonsoorten tegelijk, de bi- of polytonaliteit van Milhaud, zijn zeker aan te wijzen.

Daniël Belinfante schreef ook onder pseudoniem. Op een aantal van zijn composities zijn de volgende namen aangetroffen: Darius le Beau, Darius Verdonck en Emile Pirout. De voornaam Darius is in Nederland zo ongebruikelijk dat deze ongetwijfeld verwijst naar Darius Milhaud, voor wie Daniël grote bewondering moet hebben gehad.

Fragment Piano Concertino

Oeuvre
– 5 soloconcerten,
– 1 orkestsuite,
– 3 strijkkwartetten,
– 3 sonates voor piano en strijkers,
– 18 pianowerken,
– 2 kamermuziekwerken voor diverse bezetting,
– 15 stukken voor zang en piano,
– 12 stukken voor diverse zang- en koorbezettingen met piano of orkest