Dick Kattenburg (1919-1944)

Play casino online games as you listen to music from your favorite composer. It could just be your lucky day.

Dick Kattenburg (1919-1944)

Dick Kattenburg
dk-1

Dick Kattenburg werd op 11 november 1919 in Amsterdam geboren, maar zijn ouders verhuisden al snel naar Naarden en woonden aan de Rembrandtlaan. Zijn vader was textielfabrikant en direkteur van Hollandia-Kattenburg, een voor Amsterdammers bekend gebouw aan de overkant van het IJ. De ouders waren niet religieus, en niet uitgesproken muzikaal.

Er is nog weinig over Dick Kattenburg en zijn muzikale activiteiten bekend, geschreven bronnen zijn schaars. Hij bezocht de HBS in Bussum en moet al jong een gedegen muzikale opleiding hebben gehad, evenals zijn jongere broer Tom, die pianist werd. Op 17-jarige leeftijd behaalde Dick het diploma ‘Théorie et Violon’ aan het Collège Musical Belge in Brussel. Zijn leermeester daar was Hugo Godron. Toen de oorlog uitbrak was hij 20. In 1941 deed hij nog Staatsexamen in Den Haag bij Willem Pijper, opnieuw voor theorie en viool, en behaalde ook het praktisch-pedagogisch diploma.

Onderduik
Aan het begin van de oorlog stond hij nog in contact met de joodse componist Leo Smit in Amsterdam, die hij een z.g. lesbrief stuurde met bepaalde muziek-technische vragen; de antwoorden van Smit zijn bewaard gebleven. Om te ontkomen aan deportatie dook de hele familie Kattenburg onder,. Dick bij een vriendin (Ytia Walburg Schmidt) in Utrecht. Zijn verblijfplaats werd echter verraden, hij verbleef daarna eerst een tijd in huis bij Jeanne Coolsma, weer later in een huis aan de Oudegracht.

Bij het huis in Bussum
13_kattenb_foto_kl

Dick heeft tijdens de oorlogsjaren nog enkele composities geschreven èn heeft kans gezien om lang ondergedoken te blijven. Zo voltooide hij nog het eerste deel van zijn Sonate voor altviool en piano op 27 februari 1944. Hij gebruikte tijdens de onderduik twee schuilnamen: ‘van Assendelft van Wijck’ en ‘K.van D. (K. van Drunen)’

 

Deportatie
Dick werd uiteindelijk tijdens een razzia in de bioscoop opgepakt. Hij heeft nog kans gezien een briefje naar een oom en tante in Amsterdam te sturen, gedateerd 8 mei 1944, waarin hij schrijft sedert 3 dagen in Westerbork te zijn: hij was dus op 5 mei opgepakt. In Westerbork kwam hij in het zogenoemde S-Lager, het Straflager, terecht. Op 19 mei 1944 werd hij naar Auschwitz getransporteerd, waar hij in de periode tussen 22 mei en 30 september 1944 werd vermoord, amper 24 jaar oud (volgens gegevens NIOD).

naar boven

Vriendschap met Theo Kroeze

Olieverfportret door Theo Kroeze
11_kattenb_piano

Een goede vriend van Dick was de schilder en (alt-)violist Theo Kroeze (1916-1988). Zij speelden veel samen en de compositie “Escapades – Suite pour deux violons” uit 1938 is aan Kroeze opgedragen. Dit werk is eind 2004 herontdekt. Theo Kroeze heeft een olieverf-portret van Kattenburg geschilderd dat in het bezit is van de familie Kroeze. Andere muziekvrienden in het Gooi waren o.a. de violist Frans Lecoultre, altviolist/cellist Anton Dresden (dirigent van Toonkunst Bussum), pianist Ton Jacobs en Alfred Pool (fagottist in het Toonkunst Orkest en leraar aan de Toonkunst Muziekschool).

Schilderij: Kattenburg (r), Kroeze (m), onbekend (l)
12_kattenb_trio

In de na-oorlogse memoires van Theo Kroeze staat een aangrijpende passage uit de oorlogsperiode, die met toestemming van zijn familie wordt weergegeven:

“Op een gegeven moment, het moest ervan komen, werd ik gechartered door de illegaliteit, mijn taak bestond o.a. uit het begeleiden van joden naar hun onderduikadres.”

[Dan volgt een beschrijving van zijn eerste reis met een onderduiker van Utrecht naar Groningen en helaas weer terug omdat de contactpersoon op het station in Groningen door gebaren aangaf dat het adres niet safe was. Theo hoopte – zo schreef hij – dat het zijn medereiziger verder goed is gegaan. Hij vervolgt:]

“Helaas was dit niet het geval met Dick Kattenburg, een muziekvriend van mij, die als metselaar vermomd – geen porum met zijn joodse kop en habitus – door mij per tram (of bus?) naar een adres in de Nachtegaalstraat (Utrecht) werd getransporteerd. Wij hebben nog kwartet gespeeld met Anton Dresden en een juffrouw uit Bilthoven maar tenslotte is hij door verraad van de dochter des huizes, die een NSB-ster was, toch van huis gehaald (zie eerdergenoemde bronnen). In die tijd realiseerde ik mij nauwelijks wat dat betekende maar ik heb me later vaak proberen voor te stellen wat die arme donder heeft moeten doorstaan voor hij werd vergast of op een andere gruwelijke manier aan zijn eind mocht komen.”

Navrant is dat een tante van Dick Kattenburg, die ook in Westerbork zat, haar neef Dick daar nog in het S-Lager heeft gezien. In een publikatie van na de oorlog schreef zij “dat hij op een onderduikadres was gepakt, dat hij een veelbelovend musicus was, wiens werk al in Nederland was uitgevoerd, en een brilliant violist”. Zijzelf overleefde Bergen-Belsen en kwam via een uitwisseling in Palestina terecht, en emigreerde later naar de Verenigde Staten.
Dick Kattenburg’s broer Tom overleefde de oorlog ook maar kwam in 1948 in Palestina om het leven.

naar boven

Herontdekking van zijn composities

Dick’s zuster Daisy, die ook de oorlog doorkwam, sprak altijd liefdevol over haar broers en bewaarde Dick’s muziekmanuscripten zorgvuldig, maar toonde ze nooit aan haar familie. Na haar overlijden in 1995 werden ze door haar dochter Mevr. Joyce Bergman-van Hessen in de nalatenschap teruggevonden. In 2004 werd het materiaal uiteindelijk openbaar gemaakt en kwam het bij Ed Spanjaard, dirigent van het Nieuw Ensemble, terecht. Sindsdien is een aantal van Kattenburg’s werken op het programma gezet door musici rond de Leo Smit Stichting in Amsterdam (bekend van de concerten in de Uilenburger Synagoge).

Mevr. Ima Spanjaard-van Esso, de moeder van Ed Spanjaard, behoorde tot de vriendenkring van Dick. Zij had het manuscript van een Sonate voor fluit en piano uit 1937 in haar bezit, dat aan haar was opgedragen. Fluitiste Eleonore Pameijer van de Leo Smit Stichting kreeg het werk in 2000 toegestuurd en heeft het op haar repertoire genomen.

naar boven

Zijn muziek

Dick Kattenburg heeft tijdens zijn korte leven een 30-tal composities geschreven, solo-stukken, kamermuziek en orkestwerken. Ook heeft hij een aantal Palestijnse en Joodse liederen getoonzet, hij noemde ze om begrijpelijke redenen Roemeense volksliederen. Invloed van de Franse muziek is aan te wijzen, maar verder is zijn stijl nogal romantisch, met fraaie melodie-lijnen en harmonieën, en soms met een ‘Jazzy’ sfeer, zoals zijn ‘Blues voor quatre-mains’ dat hij in 1940 voor de 50e verjaardag van zijn moeder schreef. Curieus is zijn compositie “Tap Dance voor quatre-mains en Tap Dancer (of slagwerk)” uit 1936. Opvallend is dat hij, thuis liberaal opgevoed, zich tijdens de oorlog sterker bewust moet zijn geworden van zijn joodse identiteit: op zijn handschriften uit die periode, met name de Hebreeuwse melodie voor viool, cello en piano uit 1941, vindt men Hebreeuwse letters en titels.

Naschrift: Op 11 November 1942 werden 367 joodse werknemers van het bedrijf Hollandia-Kattenburg bij een georganiseerde razzia opgepakt. Op 30 november 1942 werden zij, tesamen met hun familie 826 in getal, op transport naar Duitse concentratiekampen gezet; slechts 8 van hen overleefden de oorlog. Op het terrein van Hollandia-Kattenburg werd na de oorlog een monument ter nagedachtenis opgericht. Tot de sluiting van het bedrijf werden daar ieder jaar op 11 november, toevalligerwijs de verjaardag van Dick Kattenburg, de voormalige joodse werknemers herdacht.

Oeuvre
– concert voor piano en kamerorkest (1e deel voltooid),
– 1 orkestwerk,
– diverse pianostukken,
– 4 kamermuziekwerken,
– strijkkwartet (1e deel voltooid),
– sonate voor viool en piano (1e deel voltooid),
– sonate voor altviool en piano (1e deel voltooid),
– diverse bewerkingen van Roemeense, Palestijnse en Joodse volks-liederen en –melodieen.