Leo Smit (1900 – 1943)

h_smitLeo Smit stamde uit een Portugees-joodse familie met een muzikale achtergrond. Hij werd geboren in de Plantagebuurt in Amsterdam, op geringe afstand van de Hollandse Schouwburg, die tijdens de Tweede Wereldoorlog het trieste verzamelpunt voor joodse Nederlanders op weg naar deportatie zou worden. Zijn vader zat in de leerhandel. Leo was voorbestemd om rechten te gaan studeren, maar zijn prestaties op school waren matig; hij was meer geïnteresseerd in muziek. In 1916 schreef hij al zijn eerste compositie.

Muzikale opleiding
Hij ging na het (onafgemaakte) Barlaeus gymnasium een jaar naar de voorbereidende Muziekschool en in 1919 naar het Amsterdams Conservatorium, waar hij piano en compositie studeerde, onder andere bij Sem Dresden en Bernard Zweers. Hij was de eerste student aan dit conservatorium die (in 1924) cum laude het einddiploma compositie behaalde. Smit componeerde toen al volop, schreef in 1922 bijvoorbeeld zijn bekende orkestwerk ´Silhouetten´, dat bij het Concertgebouworkest in premiere ging. Net afgestudeerd kon hij in hetzelfde jaar als hulpdocent les gaan geven in harmonieleer en muziekanalyse, maar de verstandhouding met Dresden was niet best. Leo vervulde nog zijn militaire dienstplicht maar in 1927 gaf hij zijn docentschap op. Inmiddels had hij al succesvolle stukken geschreven, zoals het Voorspel voor ‘De Vertraagde Film’. Als zoveel Nederlandse componisten was hij zeer onder de indruk van de nieuwe Franse muziek en datzelfde jaar vertrok hij naar Parijs, waar hij 9 jaar zou blijven.

Parijs
In Parijs stortte hij zich weliswaar in het muziekleven dat zich naast de concertzalen ook in de café´s afspeelde, maar hij hoefde niet echt aan de weg te timmeren. Onafhankelijk dankzij financiële steun van zijn ouders, had hij tijd om te componeren. Werk van hem werd ook wel uitgegeven en uitgevoerd, maar hij bleef toch erg op Nederland gericht, ging regelmatig op bezoek. In 1929 ging zijn compositie Shemselnihar (balletmuziek) en in 1934 het Harpconcertino (met Rosa Spier) in premiere, beide keren in het Concertgebouw.

Leo Smit heeft in Parijs zijn eigen stijl ontwikkeld, van aanvankelijk zeer Frans-geörienteerd naar meer intellectueel en sober. In de periode tot 1940 schreef hij een aantal grotere werken: het Sextuor (1932), de Symfonie in C (1936), het Pianoconcert (1937) en het Altvioolconcert (1940).

Terugkeer
Maar inmiddels was Leo Smit in 1933 in Nederland getrouwd met Lientje de Vries, die hem naar Parijs volgde. Na nog een jaar in Brussel te hebben gewoond, vestigden zij zich in 1937 weer in Amsterdam, waar Leo privélessen ging geven in piano, theorie en compositie: hij had een omvangrijke leerlingenpraktijk. Leo was bevriend met een aantal bekende musici, zoals de mezzo-sopraan Jo Immink, altviolist Juup Raphaël en de componisten Daniël Ruyneman en Karel Mengelberg. Zijn naam in Nederland was voorgoed gevestigd, zijn muziek werd ook voor de radio uitgevoerd.

Bezetting
De anti-joodse maatregelen verergerden geleidelijk, ook in het muziekleven. In 1941 mochten joodse musici niet meer in het openbaar optreden, daarna zelfs hun vak niet meer uitoefenen. Bij Leo Smit bleven de niet-joodse leerlingen geleidelijk weg. Hij en zijn vrouw Lientje werden in december 1942 gedwongen van hun huis in de Eendrachtstraat naar het tijdelijke Judenviertel in de Transvaalbuurt te verhuizen, een tussenstation voor de Hollandse Schouwburg, waarheen ze in maart 1943 werden overgebracht. Economisch geïsoleerd, bleef Smit tot het laatst toe componeren, vooral kamermuziek. Een aantal werken bleef onvoltooid.

De Hollandse Schouwburg tijdens de Tweede Wereldoorlog
hollandse_schouwburgDeportatie
Begin april 1943 werden Leo en Lientje via de Hollandse Schouwburg op transport gesteld naar doorgangskamp Westerbork. Eind april werden zij rechtstreeks naar vernietigingskamp Sobibor afgevoerd, waar zij kort na aankomst zijn vermoord.

Nalatenschap
Smit had op het laatst zijn composities en schetsboeken nog op verschillende adressen in veiligheid kunnen brengen. Zijn leerling Frits Zuiderweg bracht alles uiteindelijk bijeen en gaf het archief en de partituren na de oorlog aan Leo´s zuster Nora Coppenhagen-Smit, die de onderduik had overleefd. In 1951 heeft zij de collectie afgestaan aan het Haags Gemeentemuseum, waar Nederlandse muziekcollecties worden bewaard en toegankelijk zijn (het huidige Nederlands Muziek Instituut). Sinds 1996 beijvert de Leo Smit Stichting zich het werk van Leo Smit te blijven uitvoeren.

naar boven

smit12voor4Zijn muziek

Omslag 12 Stukken voor 4 handen, 1941

Oeuvre
– 10 orkestwerken waarvan 6 soloconcerten,
– 8 kamermuziekwerken voor diverse bezetting,
– 1 koorwerk,
– 3 liederen,
– 3 pianowerken

Literatuur
Silhouetten – De componist Leo Smit. Jurjen Vis, Donemus Amsterdam ( 2001)

CD
Leo Smit – Kamermuziek en Orkestwerken. NM 93003 (4 CD Box)